Skip to main content

Afgelopen december zullen velen het Winter-Sint Jan hebben gevierd: de winter- zonnewende die ons eraan herinnert dat we nabij de kortste dag van het jaar raakten. Het minste licht, het grootste duister. Er was en is niet veel nodig om dit steeds terugkerende fenomeen eens te meer te voelen. Niet alleen letterlijk, maar ook in de dingen die om ons heen gebeuren. De machteloosheid die we daarbij vaak voelen. De hunkering naar een nieuw perspectief, dat wenkt in plaats van vervreemdt.

Misschien vraagt dat ook wel een blind vertrouwen van ons. Terwijl ons vertrou- wen op dit moment en in deze tijd nu juist klap op klap krijgt. Zo zeer zelfs dat we elkaar uit de hand vallen. Zoals de Joodse Roemeense dichter en vertaler Paul Celan stelt in zijn gedicht ‘Zwiegestalt’ (zie de volgende pagina): we moeten ons oog een kaars laten zijn, zodat het licht weer terug kan komen. Met de intrigeren- de oproep om blind genoeg te zijn om die kaars te laten ontvlammen…

Zwiegestalt

Lass dein Aug in der Kammer sein eine Kerze, den Blick einen Docht,
lass mich blind genug sein,
ihn zu entzünden.

Nein.
Lass anderes sein.
Tritt vor dein Haus,
schirr deinen scheckigen Traum an, lass seine Hufe reden
zum Schnee, den du fortbliest
vom First meiner Seele.

Dubbelgestalte

Laat je oog in de kamer een kaars zijn, Je blik een pit,
Laat me blind genoeg zijn,
Om hem aan te steken.

Nee.
Laat iets anders zijn. Treed voor je huis,
span je gevlekte droom in, laat spreken zijn hoeven tot de sneeuw die je afblies van de kam van mijn ziel.

Lees meer van Ingrid de Bonth in de nieuwe Thoth, Vrijheid en Orde.