Skip to main content

Inmiddels is duidelijk dat het maçonnieke gedachtegoed zijn oorsprong vindt in de vroege Italiaanse Renaissance (15de eeuw), die op haart beurt weer putte uit het klassieke gedachtegoed van de eerste twee eeuwen van onze jaartelling.

Welke vorm van vrijmetselarij bestond er vóór 1717? Waar was die ontstaan – in Engeland,
of op het continent? Wat waren haar kenmerken? In 1717 besloten drie (of vier) Londense loges een grootloge op te richten, en dat geldt als het beginpunt van de huidige, formeel georganiseerde vrijmetselarij. Dat besluit geeft aan dat toentertijd al loges (en vrijmetselarij) bestonden. Opmerkelijk is echter hoe weinig bekend is over deze pre-maçonnieke vrijmetselarij (van vóór 1717). Evenals trouwens over relaties met aanverwante stromingen en een Vitruviaanse bouwsymboliek, die duidelijke overeenkomsten vertoont met de maçonnieke.

Italiaanse Renaissance

Als cultuuruiting heeft de Italiaanse Renaissance een diepgaande invloed gehad op de westerse cultuur, maar een centrale vorm van organisatie heeft het nooit gekend; wel – via Vitruvius – een grote mate van eensluidendheid. Als gedachtegoed had het een metafysisch (levensbeschouwelijk) karakter en was het vooral een particuliere aangelegenheid, van kleine groepjes gelijkgestemden, die onder leiding van zelfbenoemde deskundigen dit gedachtegoed bestudeerden, daarover publiceerden en anderen inspireerden. Hoewel een concrete organisatievorm ontbrak, verschilde dit gedachtegoed niet wezenlijk van hetgeen in de eeuwen daarna in loges werd gepraktiseerd.

Een onverbrekelijk onderdeel van dit Renaissance-gedachtegoed vormden het ‘Corpus Hermeticum’ en de daaraan verwante ‘Henoch-mythe’, waarvan de twee (groene) kolommen de toegang tot de in de ‘Tempel van Henoch/Salomo/Wijsheid’ markeerden (daarin was tijdens de Zondvloed de ‘Oerwijsheid’ bewaard). Niet alleen in praktische zin – omdat zij met een beroep schermden op de pre-diluviaanse herkomst de beoefenaren van dit gedachtegoed af tegen de kerkelijke orthodoxie, omdat deze studies immers de herkomst/bronnen van de inmiddels gecorrumpeerd gebleken christelijke overlevering
betroffen -, en (via Vitruvius) een opening naar de klassieke filosofie werd geboden.

Centraal in dit (Vitruviaanse) gedachtegoed stond de dualiteit tussen Mens en Godheid, waarin voor wat betreft de aardse werkelijkheid de Mens (als beheerder van de Schepping) de opdracht had om deze te ordenen volgens (hemelse) getalsmatige en meetkundige principes. In dat opzicht vertoonde het overeenkomsten met de Karolingische Romaanse Renaissance (negende-tiende eeuw), maar stond het haaks op de als ‘organisch’ beschouwde gotiek.

Lees meer over de ontwikkeling van dit gedachtegoed in Thoth 4 2023.